Doorslaapproblemen

Wanneer is er een doorslaapprobleem?

Wanneer u moeiteloos inslaapt, maar 1 of meerdere malen op een nacht wakker wordt en pas na 3/4 uur of langer weer inslaapt, spreken we van een doorslaapprobleem.

Hoe ontstaan doorslaapproblemen?

Door drukte in uw hoofd of een drukke agenda de volgende dag kan al een doorslaapprobleem ontstaan. Bij het wakker worden staat uw hoofd gelijk “aan”. U geeft vervolgens signalen zodat het brein denkt dat de dag alweer begonnen is.

Maar ook van een vervelende gebeurtenis/ trauma/ stress/angst/ iets heel spannends overdag, kan u wakker schrikken in de nacht. Het stoppen van de gedachtenstroom die dan op gang komt is vaak lastig en uw gedachten gaan met u aan de loop. Wanneer de oorzaak wat langer aanhoudt ontstaat een patroon, dat soms maanden blijft bestaan, zelfs als de oorzaak al weer verdwenen is.

Ook kan het zijn dat u door kleine kinderen “gewend geraakt” aan nachtelijke onrust en bent u waakzaam tijdens de slaap. De kleinste geluiden maken u wakker, en eenmaal wakker gaat u even uw bed uit, of gaat u zorgen voor een kleine, kijkt u even in de kinderkamer….dus werkt uw brein weer op volle toeren en blijft u daarna lang wakker.

Door de overgang bij vrouwen of door lichamelijke pijn (rugpijn/ nekpijn/ schouderpijn…) kunt u ook wakker worden. U kunt uw draai niet meer vinden en ligt ervan wakker.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden om u een idee te geven hoe u in een doorslaapprobleem terecht kunt komen.

Wat voor invloed kunt u zelf uitoefenen?

Het kritisch kijken naar de gedachtenstromen die passeren is iets wat u kunt doen. U keurt deze op waarde/belangrijkheid op het moment.

In de meeste gevallen kunnen deze gedachten wachten tot morgen. Is dit niet niet het geval…. Dan kunt u echt in aktie komen, en gaat u doen wat u moet doen.

Door tegen uzelf te zeggen dat iets tot morgen kan wachten en ook heel hard STOP in uw hoofd te schreeuwen leert u uzelf af te piekeren. Al doet u dit STOP schreeuwen stil in uw hoofd, dan voedt u uw brein toch opnieuw op. U geeft de boodschap: “ik wil slapen, hou toch stil”.

Het beste is om in bed te blijven, als het maar even kan. Plassen mag natuurlijk! wanneer u het prettiger vindt even uw bed te verlaten, doe dan iets onbenulligs. (kruidenthee zetten, melk warm maken, een boekje lezen) Kijk liever geen TV en doe ook geen nuttige taken.

Wanneer u in bed blijft houdt u uw ogen dicht en concentreert zich op iets onbenulligs ( het warme bed, de ademhaling), iets leuks ( vakantie, hobby, uitjes) of iets wat u concreet voelt zoals uw matras of uw dekens, kortom iets wat uw brein niet erg activeert.

Resultaat

Als u dit consequent oefent worden uw perioden van wakker zijn in de nacht steeds korter. U wordt steeds beter om deze onderbrekingen adequaat te hanteren en bereikt uiteindelijk een ononderbroken nachtrust. U krijgt vertrouwen in uw kunnen en juist doordat u dit op eigen kunnen heeft bereikt bent u in staat dit ook in de toekomst te herhalen. Dit geeft rust, en dit heeft u heel hard nodig!

Blijkt het lastig om dit uit te voeren, kom dan langs dan gaan we dit samen oefenen.